Direct naar inhoud

Bewegingstests — Kinetische Screening

Je bewegingssysteem werkt als een netwerk van verbonden ketens. Een beperking in de enkel beïnvloedt de knie, de heup en uiteindelijk de wervelkolom. De kinetische screening brengt dat netwerk in kaart door middel van 22 gestandaardiseerde bewegingstests.

De tests zijn ingedeeld in drie sets. De minimale set (3 tests) dekt alle zes bewegingsketens met de minste testbelasting. De aanvullende set versterkt de nauwkeurigheid van elke keten met drie extra tests. De overige tests verfijnen het profiel verder.

Per test vind je een korte beschrijving, de kwaliteit van het bewijs, de betrokken systemen en ketens, en de range van blessurerisico zoals berekend door de engine. De odds ratio (OR) geeft aan hoe groot de kans op blessure of beperking is vergeleken met de gemiddelde populatie: een OR van 0.7 betekent bescherming, een OR van 2.5 betekent 2,5× meer risico.


Inhoudsopgave

Minimale set — alle 6 ketens gedekt

Aanvullende set — robuuste dekking per keten

Overige tests

De zes bewegingsketens


De zes bewegingsketens

Elke test in de screening draagt bij aan één of meer bewegingsketens. De engine bundelt die testresultaten per keten tot één ketenscore: een odds ratio (OR) die aangeeft hoeveel meer of minder blessurerisico die keten op dit moment draagt.

Zes ketens vormen het radarprofiel. De drie Tier-1-ketens wegen het zwaarst in de eindscore (basisgewicht 1,0). De drie Tier-2-ketens wegen iets minder (basisgewicht 0,8–0,9), maar zijn onmisbaar voor een volledig beeld.

De keten-OR volgt een weakest-link-logica: 60% van de score is gebaseerd op de slechtste test binnen die keten, 40% op het gewogen gemiddelde van alle tests. Dat voorkomt dat een sterk resultaat een zwak punt maskeert.

Wanneer twee samenhangende ketens tegelijk slecht scoren, treedt een interactie-multiplier in werking die het gecombineerde risico verder verhoogt. Zie het interactie-overzicht aan het einde van deze sectie.


Posterieure keten — Tier 1

Anatomie: plantaire fascia → achillespees → kuitspieren → hamstrings → grote bilspier → rugstrekkende spieren.

De posterieure keten is de ruggraat van het bewegingssysteem. Hij stuurt propulsie, remt knieflexie bij landen en stabiliseert de lumbale wervelkolom. Van alle zes ketens verschijnt hij in de meeste tests — veertien van de tweeëntwintig meten hem direct.

Betrokken tests: Sitting-Rising Test, Ankle Dorsiflexie, Y-Balance Anterior Reach, McGill Plank Hold, Hip Hinge / Toe Touch, Deep Squat Pattern, Single Leg Stance, Single-Leg Squat, Single-Leg Hop Afstand, LEFT, Active Straight Leg Raise, Core Bracing, Farmer Carry Walk, Thoracale Extensie, Lichaamshouding, Lumbale Flexie, Heup Interne Rotatie.


Anterieure keten — Tier 1

Anatomie: tibialis anterior → knieschijfpees → quadriceps → rectus abdominis → borst- en nekspieren.

De anterieure keten is de tegenpool van de posterieure. Hij stuurt de remmende kracht bij het landen, trekt de heup op en stabiliseert de romp naar voren. Beperkte knieflexie en heupflexorstijfheid — zichtbaar in de Thomas Test en de Ankle Dorsiflexie — zijn vroege signalen van een overbelaste anterieure keten.

Betrokken tests: Sitting-Rising Test, Ankle Dorsiflexie, Y-Balance Anterior Reach, Deep Squat Pattern, Single-Leg Squat, Single-Leg Hop Afstand, LEFT, McGill Plank Hold, Core Bracing, Thoracale Extensie, Lichaamshouding, Lumbale Flexie, Thomas Test.

Interactie: wanneer de posterieure keten een OR boven 1,3 heeft én de anterieure keten boven 1,2, verhoogt de engine de anterieure OR met factor 1,25. Dit is de posturale cascade: een stijve achterkant vergroot de belasting op de voorkant van het lichaam.


Diepe kern — Tier 1

Anatomie: diafragma → transversus abdominis → multifidus → bekkenbodemspieren.

De vier spieren van de diepe kern vormen samen een drukcilinderje rond de wervelkolom — het pressure canister van Hodges & Cresswell. Ze activeren vóór elke beweging van de ledematen en beschermen zo de lumbale wervelkolom bij elke belasting. De diepe kern is de enige keten die actief is bij alle stabiliteitsgerichte tests in de battery.

Betrokken tests: Sitting-Rising Test, McGill Plank Hold, Single Leg Stance, Deep Squat Pattern, Hip Hinge / Toe Touch, Heup Interne Rotatie, Rotatiestabiliteit (Bird Dog), Active Straight Leg Raise, Core Bracing, Diafragmacontrole, Bekkenbodem Controle, Farmer Carry Walk, Lichaamshouding, Thomas Test.

Interactie: wanneer de diepe kern een OR boven 1,3 heeft én de functionele lijn boven 1,2, verhoogt de engine de functionele lijn-OR met factor 1,35. Basisinstabiliteit in de kern heeft direct effect op grove cross-body bewegingspatronen.


Laterale sling — Tier 2

Anatomie: gluteus medius → tractus iliotibialis → TFL → peroneale spieren.

De laterale sling stabiliseert het bekken bij alles wat op één been staat of zijwaarts belast. Bekkenval bij de Single-Leg Squat, een asymmetrische Y-Balance en moeite met de Single Leg Stance zijn vroege indicatoren van een zwakke laterale sling. Onvoldoende laterale stabiliteit leidt tot knie-valgus en verhoogt het ACL-risico.

Betrokken tests: Sitting-Rising Test, Y-Balance Anterior Reach, Single-Leg Squat, LEFT, Single Leg Stance, Farmer Carry Walk, Thoracale Rotatie.

Interactie: wanneer de laterale sling een OR boven 1,3 heeft én de spiraalijn boven 1,2, verhoogt de engine de spiraalijn-OR met factor 1,55. Dit is de rotationeel/laterale cascade — de hoogste interactie-multiplier in de battery. Laterale instabiliteit versterkt rotatief risico sterk.


Spiraalijn — Tier 2

Anatomie: obliquen → tractus iliotibialis → tibialis anterior — een diagonale band die in een spiraal over het lichaam loopt en bovenlichaam en onderbeen koppelt.

De spiraalijn absorbeert rotatiekrachten bij snijbewegingen, racketsporten en draaiende bewegingen. Van alle ketens reageert hij het sterkst op asymmetrie: een links-rechtsverschil in de Thoracale Rotatie of de Heup Interne Rotatie levert snel een verhoogde OR op, zelfs als de absolute score normaal is.

Betrokken tests: Single-Leg Squat, LEFT, Heup Interne Rotatie, Rotatiestabiliteit (Bird Dog), Thoracale Rotatie, Thoracale Extensie.


Functionele lijn — Tier 2

Anatomie: latissimus dorsi → sacrolumbale fascie → contralaterale gluteus maximus.

De functionele lijn is de cross-body koppeling van het lichaam. Hij draagt krachten over van de ene kant naar de andere: van de rechter lat naar de linker bil en andersom. Dat maakt hem essentieel bij de Bird Dog, de Active Straight Leg Raise en de Single-Leg Hop — elke test waarbij de ene zijde de andere moet ondersteunen.

Betrokken tests: Rotatiestabiliteit (Bird Dog), Single-Leg Hop Afstand, Active Straight Leg Raise, Farmer Carry Walk, Thoracale Rotatie.


Interactie-overzicht

De engine past een risicoverhogend multiplier toe wanneer twee samenhangende ketens tegelijk boven hun drempelwaarde scoren. De multiplier werkt alleen bij gecombineerde problematiek — een geïsoleerd slechte score activeert hem niet.

Primaire keten Grens Secundaire keten Grens Multiplier Effect
Diepe kern OR > 1,3 Functionele lijn OR > 1,2 ×1,35 Kerninstabiliteit versterkt cross-body problemen
Posterieure keten OR > 1,3 Anterieure keten OR > 1,2 ×1,25 Posturale cascade
Laterale sling OR > 1,3 Spiraalijn OR > 1,2 ×1,55 Rotationeel/laterale cascade — hoogste risico

Minimale set — alle 6 ketens gedekt

Met alleen deze drie tests dek je alle zes bewegingsketens. Ze zijn stuk voor stuk TIER1-biomarkers met de sterkste prospectieve onderbouwing van de hele battery.


Sitting-Rising Test

De Sitting-Rising Test (SRT) meet hoe soepel je vanuit staande positie naar de grond kunt zakken en weer opstaan — zonder handen, knieën of andere steunpunten. Die eenvoudige handeling vereist een samenspel van mobiliteit, spierkracht, balans en neuromusculaire coördinatie. Brito et al. volgden 4.282 deelnemers gemiddeld 12,3 jaar. Degenen met de laagste scores hadden een 3,84× hogere kans op overlijden aan alle oorzaken en een 6,05× hogere kans op hart- en vaatziektes. Dat maakt deze test de sterkste longevity-voorspeller in de hele screening.

  • Bewijskwaliteit: TIER 1 — meta-analyse en twee grote prospectieve cohorten met harde eindpunten (sterfte)
  • Systemen: bewegingsvrijheid, kracht, bewegingspatroon, stabiliteit
  • Ketens: posterieure keten (SBL), anterieure keten (SFL), diepe kern (DFL), laterale sling
  • Blessurerisico range: van risicoreductie (OR 0.75 bij score ≥8,5) tot sterk verhoogd risico (OR 2.0 bij score <3,5)

Rotatiestabiliteit (Bird Dog)

De Bird Dog test hoe goed je romp een stabiele as vormt terwijl je arm en been aan de tegenovergestelde zijde heft. De beweging activeert als enige test in de battery zowel de spiraalijn als de functionele lijn tegelijkertijd — de ketens die de meeste rotatiekrachten in sport en dagelijks leven opvangen. In een studie bij racketspelers leidde elke punt minder op de Bird Dog tot 8,47× meer blessurerisico — de hoogste per-punt odds ratio van de hele FMS-battery.

  • Bewijskwaliteit: TIER 2 — sterk criteriumvaliditeit in racketsporten; de algemene FMS-meta-analyse toont bescheidener effect (RR 1.47)
  • Systemen: stabiliteit, bewegingspatroon
  • Ketens: diepe kern (DFL), spiraalijn, functionele lijn
  • Blessurerisico range: van risicoreductie (OR 0.75 bij score 3) tot verhoogd risico (OR 1.4 bij score 0); asymmetrie voegt OR 1.2–1.6 toe

Y-Balance Anterior Reach

Bij de Y-Balance anterior reach sta je op één been en reik je zo ver mogelijk naar voren. De test meet hoe ver je kunt reiken als percentage van je beenlengte, én hoe symmetrisch links en rechts zijn. Plisky et al. (2006) lieten zien dat een asymmetrie van meer dan 4 cm het blessurerisico 2,5× vergroot. Een score onder 94% (bij vrouwen) verhoogt het risico zelfs tot 6,5×. Meerdere prospectieve cohorten bevestigden dit in een systematische review (2021).

  • Bewijskwaliteit: TIER 1 — meerdere prospectieve cohorten, bevestigd in systematische review (Plisky et al. 2021)
  • Systemen: stabiliteit, bewegingspatroon
  • Ketens: posterieure keten (SBL), anterieure keten (SFL), laterale sling
  • Blessurerisico range: van risicoreductie (OR 0.7 bij score ≥75%) tot verhoogd risico (OR 2.0 bij score <55%); asymmetrie voegt OR 0.9–2.4 toe

Aanvullende set — robuuste dekking per keten

Deze drie tests versterken de anterieure, posterieure en spiraalketens met extra datapunten. Ze horen bij de minimale set als je een betrouwbaar radarprofiel over alle zes ketens wilt.


Ankle Dorsiflexie (Knee-to-Wall)

Bij de knee-to-wall test schuif je je knie zo ver mogelijk langs een muur terwijl je hiel op de grond blijft. De afstand in centimeters meet de beweeglijkheid van je enkel. Beperkte dorsiflexie verhoogt de belasting op de knie bij landen en springen. Prospectieve cohorten (Pope, Willems, Gabbe) koppelen het aan enkelblessures, achillespeesontstekingen, patellofemorale pijn en plantaire fasciitis.

  • Bewijskwaliteit: TIER 1 — meerdere onafhankelijke prospectieve cohorten met harde blessure-eindpunten
  • Systemen: bewegingsvrijheid
  • Ketens: posterieure keten (SBL), anterieure keten (SFL)
  • Blessurerisico range: van risicoreductie (OR 0.75 bij ≥12 cm) tot verhoogd risico (OR 1.5 bij <4 cm); asymmetrie voegt OR 0.95–1.8 toe

Deep Squat Pattern

De deep squat test hoe goed je een diepe squat kunt uitvoeren met je armen gestrekt boven je hoofd. De beweging vereist gelijktijdige mobiliteit van enkel, heup en bovenrug, gecombineerd met lumbale stabiliteit. Een verlaging van één punt op de FMS-squat resulteerde in racketsporten in 4,06× meer blessures. De FMS-compositescore ≤14 geeft een OR van 2.74 (Bonazza 2017).

  • Bewijskwaliteit: TIER 2 — studiepopulaties zijn inconsistent; het individuele item is zwakker onderbouwd dan de volledige FMS-compositescore
  • Systemen: bewegingsvrijheid, bewegingspatroon, stabiliteit
  • Ketens: posterieure keten (SBL), anterieure keten (SFL), diepe kern (DFL)
  • Blessurerisico range: van risicoreductie (OR 0.65 bij score 3) tot verhoogd risico (OR 1.8 bij score 0)

Thoracale Rotatie

De thoracale rotatietest meet hoeveel graden je bovenrug kan draaien terwijl je heupen en benen gefixeerd zijn. Een stijve bovenrug compenseert door de schouder en nek extra te belasten. Schouderblessurepreventie-programma’s met thoracale mobilisatie reduceerden het risico op schouderproblemen met 22–28% (systematische review, PMC7173996).

  • Bewijskwaliteit: TIER 2 — mechanistisch en interventie-niveau bewijs sterk; geen directe prospectieve RCT op geïsoleerde rotatie-ROM
  • Systemen: bewegingsvrijheid
  • Ketens: spiraalijn, functionele lijn, laterale sling
  • Blessurerisico range: van risicoreductie (OR 0.85 bij ≥45°) tot verhoogd risico (OR 1.2 bij <25°); asymmetrie voegt OR 1.0–1.5 toe

Diafragmacontrole

Je ademt bewust in drie fasen: buik, zijkanten van de ribben en borstkas. De test beoordeelt of het diafragma zijn dubbele rol vervult: ademhaling én rompstabilisatie. Hodges (1997) toonde aan dat het diafragma vóór een ledematenbeweging samentrekt om intra-abdominale druk op te bouwen. Dat beschermt de wervelkolom bij elke beweging.

  • Bewijskwaliteit: TIER 2 — mechanistisch bewijs sterk (Hodges, Cresswell); geïsoleerde ademhalingstest als prospectieve predictor is beperkt onderbouwd
  • Systemen: stabiliteit
  • Ketens: diepe kern (DFL)
  • Blessurerisico range: van risicoreductie (OR 0.7 bij score 3) tot verhoogd risico (OR 1.6 bij score 0)

Lichaamshouding (Wall Test)

Je staat met hielen, billen, schouderbladen en achterhoofd tegen de muur. De test detecteert globale uitlijningsafwijkingen van de wervelkolom en spieronbalans-patronen. Statische houdingsbeoordeling heeft contextwaarde maar lagere voorspellende kracht dan dynamische evaluatie (Paillard 2015).

  • Bewijskwaliteit: TIER 3 — geen prospectieve RCT die de wall test zelfstandig koppelt aan blessures of sterfte
  • Systemen: bewegingspatroon, stabiliteit
  • Ketens: posterieure keten (SBL), anterieure keten (SFL), diepe kern (DFL)
  • Blessurerisico range: van risicoreductie (OR 0.85 bij score 3) tot sterk verhoogd risico (OR 2.4 bij score 0)

Overige tests

De volgende 16 tests verfijnen het ketenprofiel. Ze zijn waardevol voor een volledig beeld, maar niet strikt noodzakelijk voor een valide radarscore.


Single-Leg Squat

De single-leg squat test de controle over je knie bij eenzijdige belasting. Visuele tekenen zoals knie-valgus (knie valt naar binnen), bekkenval of balansverlies zijn gerelateerd aan ACL- en patellofemorale blessures. De betrouwbaarheid van visuele beoordeling varieert sterk (kappa 0.00–0.95).

  • Bewijskwaliteit: TIER 2 — biomechanisch en associatief bewijs aanwezig; prospectieve voorspellende waarde is level 4
  • Systemen: bewegingspatroon, stabiliteit, kracht
  • Ketens: anterieure keten (SFL), posterieure keten (SBL), laterale sling, spiraalijn
  • Blessurerisico range: van risicoreductie (OR 0.65 bij score 3) tot sterk verhoogd risico (OR 2.2 bij score 0); asymmetrie voegt OR 1.3–2.0 toe

Single-Leg Hop Afstand

Je springt zo ver mogelijk op één been en landt gecontroleerd. De test meet kracht en dynamische stabiliteit van het onderbeen. Een symmetrie-index (LSI) van meer dan 90% is het standaard-criterium voor terugkeer naar sport na knieblessures. Hoewel hogere drempels (95–97%) wetenschappelijk zijn bepleit, voorspelt de test alleen geen tweede ACL-blessure (Li Wang 2024 meta-analyse).

  • Bewijskwaliteit: TIER 2 — gevalideerd functioneel criterium; geen prospectieve blessurevoorspelling als standalone maat
  • Systemen: kracht, bewegingspatroon
  • Ketens: posterieure keten (SBL), anterieure keten (SFL), functionele lijn
  • Blessurerisico range: van risicoreductie (OR 0.75 bij ≥150 cm) tot verhoogd risico (OR 1.9 bij <90 cm); asymmetrie voegt OR 0.9–2.5 toe

Lower Extremity Functional Test (LEFT)

De LEFT bestaat uit 16 agiliteitsmanoeuvres: sprints, zijwaartse stappen, snijbewegingen en richtingswisselingen. De tijd in seconden bepaalt de score. Een studie verklaarde 53% van de variantie in onderbeen-blessures (PMC3679628). De resultaten zijn inconsistent over populaties.

  • Bewijskwaliteit: TIER 2 — beperkt bewijs; inconsistente resultaten over sportniveaus
  • Systemen: bewegingspatroon, kracht, stabiliteit
  • Ketens: posterieure keten (SBL), anterieure keten (SFL), laterale sling, spiraalijn
  • Blessurerisico range: van risicoreductie (OR 0.7 bij snelle tijd) tot sterk verhoogd risico (OR 2.5 bij >120 seconden)

McGill Plank Hold

De McGill plank meet hoe lang je een neutrale plankpositie kunt vasthouden. McGill’s uithoudingsbatterij toont significante verschillen tussen sporters met en zonder lage rugpijn. Niet alleen de absolute tijd telt — de balans tussen anterieure, posterieure en laterale plank geeft inzicht in ongelijke belasting.

  • Bewijskwaliteit: TIER 2 — consistente groepsverschillen; de volledige batterij is sterker onderbouwd dan de enkelvoudige plank
  • Systemen: stabiliteit, kracht
  • Ketens: diepe kern (DFL), posterieure keten (SBL), anterieure keten (SFL)
  • Blessurerisico range: van risicoreductie (OR 0.8 bij ≥90 sec) tot sterk verhoogd risico (OR 2.2 bij <30 sec)

Single Leg Stance

Je staat zo lang mogelijk op één been met gesloten ogen of open ogen. Per extra seconde daalt de kans op een valletsel met 5%. Een score onder 5 seconden voorspelt valletsel bij ouderen. De test is primair gevalideerd in een val-risico/ouderencontext.

  • Bewijskwaliteit: TIER 2 — sterk bewijs in valrisicocontext; minder onderbouwd voor sportblessurepreventie
  • Systemen: stabiliteit
  • Ketens: laterale sling, diepe kern (DFL), posterieure keten (SBL)
  • Blessurerisico range: van risicoreductie (OR 0.7 bij ≥45 sec) tot verhoogd risico (OR 1.8 bij <10 sec); asymmetrie voegt OR 0.9–2.0 toe

Hip Hinge / Toe Touch

De hip hinge test of je een heupscharnierbeweging kunt maken zonder de lumbale wervelkolom te flexeren. Je buigt voorover en raakt je tenen aan terwijl je rug zo recht mogelijk blijft. McGill beschouwt een incorrect heup-lumbale verhouding als een primaire factor bij rugoverbelasting. Lumbale flexie ROM alleen is geen sterke voorspeller van rugpijn (JOSPT 2020 meta-analyse).

  • Bewijskwaliteit: TIER 2 — mechanistisch bewijs sterk (McGill); prospectief voorspellende waarde van de dissociatietest zelf is beperkt
  • Systemen: bewegingspatroon, bewegingsvrijheid
  • Ketens: posterieure keten (SBL), diepe kern (DFL)
  • Blessurerisico range: van risicoreductie (OR 0.6 bij score 3) tot verhoogd risico (OR 1.7 bij score 0)

Heup Interne Rotatie

Je draait je heup naar binnen terwijl je op de rug ligt. Normale heupinterne rotatie is 35–50°. Een verlies van 30° vergroot de kans op ACL-blessure ipsilateraal en contralateraal met 4,06–5,29× (PMC4703912). Asymmetrische heupinterne rotatie wordt geassocieerd met compensatoire lumbale rotatie en rugpijn (PubMed 26751745).

  • Bewijskwaliteit: TIER 2 — sterke associatieve studies en biomechanisch bewijs; geen directe prospectieve RCT
  • Systemen: bewegingsvrijheid
  • Ketens: diepe kern (DFL), spiraalijn, posterieure keten (SBL)
  • Blessurerisico range: van risicoreductie (OR 0.75 bij ≥50°) tot verhoogd risico (OR 1.5 bij <35°); asymmetrie voegt OR 0.9–1.9 toe

Active Straight Leg Raise (ASLR)

Liggend op de rug til je één been gestrekt omhoog terwijl het andere been op de grond blijft. De test meet of je bekken- en wervelkolomstabilisatoren de krachtsoverdracht van het ene naar het andere been aankunnen. Vleeming’s ASLR heeft een sensitiviteit van 0.87 en specificiteit van 0.94 voor sacroiliacale disfunctie (PubMed 11413432). De test is gevalideerd voor bekkengordelklachten tijdens zwangerschap en lage rugpijn.

  • Bewijskwaliteit: TIER 2 — hoge diagnostische validiteit voor SIJ; minder onderbouwd als prospectief blessurepredictor in sport
  • Systemen: stabiliteit, bewegingspatroon
  • Ketens: diepe kern (DFL), functionele lijn, posterieure keten (SBL)
  • Blessurerisico range: van risicoreductie (OR 0.8 bij score 3) tot verhoogd risico (OR 1.4 bij score 0); asymmetrie voegt OR 1.3–1.7 toe

Core Bracing (360°)

Je spant je buik aan alsof je een klap verwacht — niet intrekken, maar rondom uitbreiden. De test beoordeelt of je de rompdruk effectief kunt opbouwen via diafragma, buikwand, multifidus en bekkenbodem als gecoördineerde eenheid (het ‘pressure canister’ van Hodges & Cresswell). Goede bracing verbetert de krachtsoverdracht naar de ledematen (Human Kinetics).

  • Bewijskwaliteit: TIER 2 — sterk mechanistisch bewijs; prospectieve RCTs op deze specifieke test als blessurepredictor ontbreken
  • Systemen: stabiliteit
  • Ketens: diepe kern (DFL), posterieure keten (SBL), anterieure keten (SFL)
  • Blessurerisico range: van risicoreductie (OR 0.7 bij score 3) tot verhoogd risico (OR 1.7 bij score 0)

Bekkenbodem Controle

De bekkenbodemspieren vormen de onderkant van het pressure canister. Pool-Goudzwaard et al. toonden aan dat de bekkenbodem de stijfheid van de sacroiliacale verbinding vergroot. Bij lumbopelvische stabiliteitsuitdagingen activeren bekkenbodemspieren samen met de buikwand. Klinische beoordeling is technisch veeleisend; het gebruik als zelfstandige screeningstest blijft expertconsensus.

  • Bewijskwaliteit: TIER 2 — biomechanisch en klinisch bewijs; als standaard-screening beperkt prospectief onderbouwd
  • Systemen: stabiliteit
  • Ketens: diepe kern (DFL)
  • Blessurerisico range: van risicoreductie (OR 0.7 bij score 3) tot verhoogd risico (OR 1.6 bij score 0)

Farmer Carry Walk

Je draagt een gewicht in één of beide handen terwijl je loopt. De test beoordeelt hoe goed je romp, bekken, heup en enkel de laterale en rotationele belasting van lopende eenzijdige grip opvangen. McGill toont hoge lumbo-heup spieractivatie bij de suitcase carry. Er is geen prospectieve RCT die de carry-test als blessurepredictor valideert.

  • Bewijskwaliteit: TIER 2 — activatiestudies en McGill-mechanisme; geen prospectief blessureonderzoek op de test zelf
  • Systemen: stabiliteit, kracht, bewegingspatroon
  • Ketens: diepe kern (DFL), laterale sling, functionele lijn, posterieure keten (SBL)
  • Blessurerisico range: van risicoreductie (OR 0.85 bij score 3) tot verhoogd risico (OR 1.5 bij score 0); asymmetrie voegt OR 1.2–1.6 toe

Thoracale Extensie

Je buigt je bovenrug achterover zo ver als mogelijk. Beperkte thoracale extensie leidt tot compensatoire cervicale en lumbale hyperextensie, en vergroot de scapulaire belasting. Extensiemobilisatie verbetert de schouderfunctie bij subacromiale impingement (RCT, PMC7551755).

  • Bewijskwaliteit: TIER 2 — associatief bewijs en manual therapy RCTs; geen prospectieve blessurecohort op geïsoleerde extensie-ROM
  • Systemen: bewegingsvrijheid
  • Ketens: posterieure keten (SBL), anterieure keten (SFL), spiraalijn
  • Blessurerisico range: van risicoreductie (OR 0.8 bij ≥25°) tot verhoogd risico (OR 1.2 bij <15°)

Lumbale Flexie (Finger-to-Floor)

Je buigt voorover en meet de afstand van je vingertoppen tot de vloer in centimeters. Een grotere afstand betekent minder bewegingsvrijheid van de lumbale wervelkolom en hamstrings. Systematische reviews tonen echter geen significante relatie tussen lumbale flexie-ROM en het ontstaan van rugpijn (JOSPT 2020 meta-analyse).

  • Bewijskwaliteit: TIER 3 — gevalideerde impairment-maat; zwak als prospectieve blessurepredictor
  • Systemen: bewegingsvrijheid
  • Ketens: posterieure keten (SBL), anterieure keten (SFL)
  • Blessurerisico range: van risicoreductie (OR 0.8 bij 0 cm) tot verhoogd risico (OR 1.7 bij ≥20 cm afstand)

Thomas Test

Liggend op de rand van een behandeltafel trek je één knie naar je borst. De hoek van het vrije been ten opzichte van het tafelvlak meet de heupflexor- stijfheid. Klinisch is heupflexorstijfheid geassocieerd met patellofemorale pijn en lage rugpijn. Zonder controle van de bekkenkanteling heeft de test echter een lage sensitiviteit en specificiteit vergeleken met bewegingsanalyse (PMC4991856).

  • Bewijskwaliteit: TIER 3 — significante validiteitsproblemen bij ongecontroleerde bekkenstand; geen prospectieve RCT als zelfstandige predictor
  • Systemen: bewegingsvrijheid
  • Ketens: anterieure keten (SFL), diepe kern (DFL)
  • Blessurerisico range: van risicoreductie (OR 0.7 bij 0–4°) tot verhoogd risico (OR 1.4 bij ≥20°); asymmetrie voegt OR 0.95–1.6 toe